Tuesday, January 13, 2009

IJs, pi en fysische constanten

Ik heb ooit een fysicus horen beweren dat het maar goed is dat pi tussen 3 en 4 ligt, anders zou het heelal niet mogelijk zijn. Ik vind dat een vreemde uitspraak. Het lijkt nu min of meer toevallig dat pi daar ergens ligt. Alsof ooit een grote kosmische dartpijl op 3.14 is geland. Hoera, nu kan er een heelal ontstaan! Ook kun je je natuurlijk afvragen of pi wel zou bestaan, als er niet eens een heelal is. Zo bezien is de uitspraak “het is maar goed dat er een heelal is, anders zou pi niet op 3.14 liggen” net zo waar en zinvol.

Water heeft de eigenschap dat het zijn grootste dichtheid bij 4 graden Celsius heeft. Door deze eigenschap (ik maak niet de fout te zeggen “toevallige eigenschap”) komt het dat ijs op het oppervlak van water ontstaat. Als water “gewoon” bij 0 graden Celsius de grootste dichtheid zou hebben, dan moet eerst al het water bevriezen voordat we op het bovenste laagje zouden kunnen schaatsen. Dat ijs aan het oppervlak ontstaat nemen we echter als volkomen vanzelfsprekend aan. Terecht dus, omdat elke andere situatie precies even vanzelfsprekend zou zijn. We kennen immers geen ander heelal om het onze mee te vergelijken.

Dat deze stoel en laarzen mooi in het winterse kleurenspectrum liggen, dat vind ik dan weer erg toevallig.